Infra
Een uitstroomprofiel van Civiele Techniek is Infra. Infra kent zowel de ‘droge’, als de ‘natte’ infrastructurele voorzieningen.
Infrastructuur betekent de netwerken van ‘vaste’, steeds aanwezige, technische voorzieningen. De voorzieningen die bedoeld worden:
Wegen
Kanalen
Kunstwerken zoals bruggen, sluizen, stuwen, geluidsschermen
Riolering, leidingen en kabels
Vliegvelden, opslagplaatsen
Militaire oefenterreinen
De ‘natte’ infra heeft te maken met alles waarbij vloeistoffen worden toegepast. In de lijst zijn kanalen en sluizen voorbeelden van ‘natte’ voorzieningen.
De droge voorzieningen bestaan voor het merendeel uit wegen en autosnelwegen met ongelijke kruisingen (bruggen of viaducten).
Bij dit onderdeel van de civiele techniek hoort ook de hydrostatica, maar ook de hydrodynamica. Op school wordt met een heuse stroomgoot geëxperimenteerd. Door deze goot kan met grote kracht grote hoeveelheden water rond gepompt worden. Door voorzieningen (bijvoorbeeld de pijler van een brug) in het water te plaatsen kun je het effect bestuderen van de stromingen rond de voorziening.
Zo heeft er ook reeds in de stroomgoot een onderzoek plaatst gevonden over middelen (beweegbare dijk = dynamica) die bruikbaar zouden kunnen zijn bij overstromingen zoals bij een tsunami.



























